Home>Schoolgids>De organisatie van het onderwijs>Activiteiten voor de kinderen

Activiteiten voor de kinderen

Ons woordenschatonderwijs heet: Met Woorden in de Weer (MWidW). In iedere groep worden iedere week 3 of 4 woordgroepen van ± 4 nieuwe woorden aangeleerd. Voor de meeste leerlingen zijn dit nieuwe of moeilijke woorden. Het gaat dan niet alleen om het woord maar, zeker zo belangrijk, ook om de betekenis en samenhang met andere woorden. De woorden komen via allerlei structuren op een woordmuur. Om ze te leren worden allerlei woordspelletjes gedaan. Zodra iedereen de woorden uit een groep kent verdwijnen ze van de woordmuur, maar worden nog wel in (herhalings)oefeningen meegenomen. Als u een keer op school aanwezig bent is het leuk om eens naar de woordmuur in de klas van uw kind te kijken. Zodoende krijgt u een idee van de aan te leren woorden.
Woordenschatonderwijs werkt ondersteunend voor o.a. het leesonderwijs. Onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen met een grote woordenschat sneller leren lezen. Ook binnen de andere vakgebieden gaat het leren gemakkelijker. Hier hebben onze leerlingen behoefte aan, want we hebben hoge doelen gesteld voor ons onderwijs.

Activiteiten in groep 1/2
De aanpak in de groepen 1 en 2 verschilt van die in de andere groepen. Ook de inrichting van de lokalen en de manier van werken is anders. Samenstelling van deze groepen is altijd gecombineerd: leerlingen van groep 1 en 2 zitten bij elkaar. Ze beginnen iedere ochtend in de kring. Daarnaast wordt gespeeld en gewerkt aan tafels, in hoeken, in de speelzaal en op het schoolplein.
Bij de jongste kleuters ligt de nadruk op het wennen aan het naar school gaan. Alles is anders dan thuis: veel kinderen in één ruimte, een juf, allerlei regels, enz. Voor ons volwassenen lijkt het zo eenvoudig, maar het kost de meeste kinderen best moeite om afstand te doen van de vrijheid en te wennen aan een andere regelmaat.
Ouders kunnen hun kind daarbij helpen door:
• belangstelling te tonen voor alles wat op school gebeurt
• blijk te geven van waardering voor de werkjes die het kind mee naar huis neemt
• uw kind het volgende te leren: aan- en uitkleden, veters strikken, naar het toilet gaan, handen wassen, WereldWijzer en het eigen woonadres zeggen
• te zorgen voor voldoende nachtrust

In de kleutergroepen is er sprake van leer- en vormingsgebieden die de basis moeten leggen voor een goed functioneren in de volgende groepen: al spelend in de poppenhoek werk je aan taalontwikkeling en het leren van sociale vaardigheden; spelen met puzzels en lotto betekent getallen en kleuren leren; wie de golfjes van de zee tekent is bezig met voorbereidend schrijven, enz. Er is dus zeker sprake van onderwijs op hoog niveau. Onderwijs in de kleutergroepen vormt het fundament van de schoolloopbaan van uw kind!
Veel aandacht is er voor taalvorming, omdat dit de basis is voor al het andere leren. Ook (voorbereidende) rekenactiviteiten zijn volledig in het kleuterprogramma geïntegreerd. De meeste ‘vakken’ komen in samenhang met elkaar aan de orde aan de hand van een bepaald thema: de winkel, lente, sinterklaas, enz.
We gaan er van uit dat de kleuters zindelijk zijn. Als dit niet het geval is horen we dat graag van u en maken we afspraken omtrent verschoning.

Basisvaardigheden
De vakken lezen, taal, schrijven en rekenen zijn de basis-vaardigheden; ze vormen de basis voor elke andere ontwikkeling.

Lezen
Bij jonge kinderen is vaak al interesse aanwezig voor letters en boeken. In ieder kleuterlokaal is dan ook een leesplank aanwezig. Verder is er wekelijks voor de kleuters de mogelijkheid een boek te lenen. Onder leiding van ouders zoeken ze een boek uit.
Ook zijn de groepsleerkrachten al op een speelse manier bezig met het leren onderscheiden van klanken die samen een woord of zin vormen: het fonemisch bewustzijn. Als voorbereiding voor de overstap naar groep 3 bieden we de kleuters van groep 2 in de laatste weken van het schooljaar de eerste kern van Veilig Leren Lezen (VLL) aan. De bedoeling hiervan is kinderen zelfvertrouwen te geven door het al bekend zijn met allerlei pictogrammen en opdrachten in het werkboekje.
Het aanvankelijk lezen met klassikale instructie begint in groep 3 met behulp van de methode VLL. We gebruiken de Kim-versie, waarin de allernieuwste wetenschappelijke inzichten m.b.t. het leren lezen zijn verwerkt.
In de hogere groepen wordt veel nadruk gelegd op technisch lezen (o.a. door tutorlezen). Omdat goed kunnen lezen zo belangrijk is voor de leerloopbaan van kinderen is er veel leestijd: iedere dag zijn op vaste momenten door de hele school heen speciale leesactiviteiten om de kinderen te leren of te laten lezen. Wat bij al deze activiteiten een grote rol speelt is het leesplezier dat kinderen aan lezen kunnen beleven, maar ook dat goed kunnen lezen een belangrijke ondersteuning is bij alle andere vakken. Daarom ook stimuleren we het lezen van kinderen in de schoolvakanties. Zeker voor moeizame lezers is het goed om verworven vaardigheden in vakanties te onderhouden.
Door het jaar heen nemen we deel aan leespromotieactiviteiten, o.a. kinderjury en Kinderboekenweek. Om dit, en andere leespromotie-activiteiten uit te voeren zijn we lid van “Bieb op school”. We krijgen ondersteuning bij de uitvoering van activiteiten van Bibliotheek Deventer, zowel begeleiding van een leesconsulent als ook in het gebruik van de collectie van de bieb. De coördinatie ligt bij medewerkers van de school.
Voor begrijpend lezen werken we vanaf groep 4 met Nieuwsbegrip XL: iedere week krijgen we een tekst, gebaseerd op de actualiteit, voorzien van allerlei opdrachten, om deze vaardigheid te oefenen. Vanuit de XL versie kan het zijn dat de kinderen ook thuisopdrachten mee krijgen. De teksten zijn op verschillend leesniveau geschreven.

Taal
In de groepen 1 en 2 maken wij gebruik van de projecten van ‘Kleuteruniversiteit’. Ook wordt er gewerkt met activiteiten uit de map Fonemisch bewustzijn. Deze methode garandeert de doorgaande lijn naar groep 3. Daarnaast werken wij met praatplaten en prentenboeken.
In de hogere groepen gebruiken we als methode Taalactief, 4de versie. Hierin wordt op diverse manieren aandacht besteed aan de verschillende aspecten van de Nederlandse taal, zoals spelling, uitbreiding woordenschat en begrijpend lezen. Het werken met de computer met methode gebonden software is onderdeel van de methode. Kinderen die meer aankunnen werken met een routeboekje en hebben verdiepingsleerstof. Dit wordt, ook bij de andere vakken, gedaan volgens het beleid Hoogbegaafdheid.

Schrijven
Na oefeningen bij de kleuters ter voorbereiding op het
schrijven, beginnen we in groep 3 met het schrijfonderwijs volgens de methode Pennenstreken. Deze methode sluit aan bij VLL. In de hogere groepen (vanaf groep 7) gebruiken we de methode Handschrift. Vanaf groep 4 maken de kinderen gebruik van een door de school geleverde vulpen. Vanaf groep 7 mogen kinderen ook met een eigen, blauw of zwart schrijvende, pen werken.

Rekenen en wiskunde
In groep 1 en 2 wordt gerekend binnen de thema’s die aan de orde zijn. Daarnaast maken we o.a. gebruik van ontwikkelingsmateriaal zoals Schatkist rekenen, Doedel rekenverhalen, de methode Wizwijs, de map Gecijferdheid, Loco, Piccolo, puzzels en speelwerkbladen. De beoogde doelen en de inzet van deze materialen zijn beschreven in de rekendoelen opgesteld door SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling).
In de overige groepen maken we gebruik van de realistische rekenmethode De Wereld In Getallen 4. Door het werken met tablets krijgt ieder kind oefenstof op eigen niveau. Naast de methode werken we ook met andere materialen zoals Maatwerk, Gouds breukenpakket, rekenblokken, Varia, Knipoog, Bolleboos, Rekentijgers en computerprogramma’s. Op deze manier sluiten we aan bij de behoefte van de kinderen en houden we het onderwijs uitdagend. Een deel van de kinderen werkt, zoals ook bij taal, via het routeboekje Wereld in Getallen.

Engels
Om goed in te kunnen spelen in de ontwikkeling richting de toekomst gaan wij vanaf dit schooljaar Engels standaard aanbieden aan groep 1 t/m 8. Wij merken dat de scholen in het voortgezet onderwijs dit steeds beter op de kaart zetten en wij willen de leerlingen van WereldWijzer hier goed op voorbereiden. Daarnaast is het bekend dat kinderen op jonge leeftijd zeer taalgevoelig zijn en dus een andere taal makkelijk op kunnen pakken.
In de groepen 1 en 2 zullen de kinderen Engels krijgen via de methodes van kleuteruniversiteit. Dit gaat op een speelse manier met een liedje, spelletje of versje.
Vanaf groep 3 zal Engels standaard wekelijks op het rooster staan. Wij maken hierbij gebruik van de methode ‘Groove me.

Wereldoriënterende vakken
Voor de nu volgende vakgebieden geldt, dat er in de groepen 1 t/m 4 geen gebruik wordt gemaakt van specifiek methodisch materiaal. In groep 1 en 2 wordt gewerkt vanuit de thema’s. Daarnaast wordt, ook in groep 3 en 4, gebruik gemaakt van Studio Snugger (t.v.), plaatmateriaal en werkbladen vanuit verschillende methodes. De digitale borden, in ieder leslokaal aanwezig, bieden ook een schat aan materiaal.

Geschiedenis
We werken met de methode Brandaan. De methode is ontwikkeld op basis van de kerndoelen geschiedenis en de nieuwe indeling in tijdvakken. Ook wordt gebruik gemaakt van voorleesboekjes Geschiedenis in verhalen (gr. 6 en 7).
Verder kan de school via het digitale bord, op Internet, een onuitputtelijke bron van (beeld)materialen aanboren, passend bij de onderwerpen waarmee de leerlingen bezig zijn.

Aardrijkskunde
We gebruiken de methode ‘Wijzer!’. Ook hier zorgt het digitale bord weer voor een grote hoeveelheid (ondersteunend) materiaal, in te zetten naar inzicht van de leerkracht. Topografie wordt geleerd met de kaartenatlas van Agteres.

Natuur- en techniekonderwijs
WereldWijzer gebruikt als basis de methode ‘Argus Clou’. Daar waar het een meerwaarde heeft maken we ook gebruik van de (beeld)materiaal, beschikbaar via het digitale bord.
Verder hebben we de beschikking over diverse projecten vanuit het Milieu Centrum de Ulebelt.
Buitenactiviteiten worden verzorgd door een actieve werkgroep van Natuurouders. Bij de kleuters gaat het om “Kabouterpad”, een sporenwandeling voor de groepen 3 en 4, groep 5 en 6 doen aan bodem- en waterdierenonderzoek en de kinderen van groep 7 en 8 gaan naar de Uiterwaarden. Dit alles via een tweejarige cyclus, zodat ieder kind elke activiteit (als het weer het toelaat) een keer heeft uitgevoerd.

Studievaardigheden
Dit doen we met ´Blits´. Kinderen leren specifiek hoe ze tabellen moeten lezen, informatie die uit kaartmateriaal gehaald kan worden en het combineren van gegevens. Dit werkt ondersteunend bij het onderwijs in wereldoriënterende vakken, zoals hierboven omschreven.

Sociaal-emotionele vorming
Hiervoor maken we gebruik van De Kanjertraining. We willen de kinderen leren op een goede manier met zichzelf en met anderen om te gaan. Uitgangspunt hierbij is altijd dat kinderen de dingen goed willen doen, maar dat het niet altijd lukt. U heeft hier al meer over kunnen lezen.
We volgen de ontwikkeling met het systeem ‘Zien’. Leerkrachten vullen na observaties een vragenlijst in m.b.t. welbevinden en (sociaal) functioneren van de leerlingen in. Leerlingen vanaf groep 5 vullen ook zelf een vragenlijst in m.b.t. hun welbevinden op school. Met de uitslagen bepalen we of een leerling (extra) ondersteuning nodig heeft op schools functioneren.

Burgerschapskunde
Burger zijn, deel kunnen nemen aan de Nederlandse samenleving, dat is voor velen niet meer vanzelfsprekend. In onze samenleving is de relatie tussen burgers onderling maar ook tussen burgers en de staat onder druk komen te staan. Vele ingrijpende maatschappelijke en politieke veranderingen door onder andere immigratie, individualisering, secularisering, globalisering, enz, hebben er voor gezorgd dat wij elkaar steeds minder goed begrijpen. Het gaat bij het vak burgerschapskunde om drie begrippen die centraal staan, namelijk: democratie, actieve participatie aan de maatschappij en identiteit. Veel van die begrippen komen aan de orde in de lessen geschiedenis, godsdienst, wereldoriëntatie en sociaal emotionele ontwikkeling. Daarnaast speelt ook de Kanjertraining een belangrijke rol in het ontwikkelen van burgerschap. In het beleidsplan Burgerschapsvorming is een overzicht opgenomen van de onderdelen en activiteiten die betrekking hebben op dit onderdeel.

Expressie-activiteiten
Muziek en drama
Vanaf het schooljaar 2017-2018 volgen we een traject om met ondersteuning van muziekvereniging Eendracht uit Colmschate muziek meer in ons lessenplan te integreren. Met subsidie van het ministerie van onderwijs kunnen we in een verbetertraject van 3 jaar de leerkrachten weer toerusten om goed en gevarieerd muziekles te geven. In de WeerWatWijzer houden we u op de hoogte van de verschillende activiteiten die we met muziek gaan opzetten. Inmiddels hebben bijna alle leerkrachten het traject gevolgd waarbij zij coaching hebben ontvangen van gediplomeerde muziekdocenten. Komend schooljaar staat teamscholing op het programma waarbij verdiepend muziekonderwijs aan bod zal komen.
Tekenen en handvaardigheid
Om ook bij deze creatieve vakken een doorgaande ontwikkelingslijn te volgen hebben we de methode ‘Uit de kunst’. Het gebruik van deze methode zorgt er voor dat veel technieken en materialen gebruikt worden en geeft ruimte aan de creatieve ontwikkeling.

Bewegingsonderwijs
De kleutergroepen hebben een eigen speelzaal, waar ze dagelijks gebruik van kunnen maken. Ze werken met de methode ‘Bewegen in het speellokaal’. De kleuters gymmen in hun ondergoed. U hoeft alleen maar te zorgen voor gymschoenen, het liefst met klittenband. Deze schoenen blijven op school.
De groepen 3 t/m 8 hebben een gymzaal, die samen met ODS Het Roessink gebruikt wordt. De kinderen zorgen zelf voor gymkleding en -schoeisel. Er is mogelijkheid om te douchen. In het kader van gezond gedrag moedigen we dit aan, maar stellen het niet verplicht. Kinderen, die douchen, zorgen zelf voor een handdoek. Tijdens het schooljaar brengen we dit onderwerp regelmatig in de groep ter sprake.

Ook hebben wij een samenwerking met sportbedrijf Deventer. Zij zorgen dat er regelmatig nieuwe Mobiez worden klaargezet. Dit zijn materialen die kunnen worden ingezet om beter te kunnen differentiëren op het gebied van bewegingsonderwijs. Denk hierbij aan skateboarden, boksen en schaatsen. Daarnaast werken wij met de methode ‘Bewegen samen regelen’.
Het gymrooster wordt aan de ouders bekend gemaakt via de eerste WeerWatWijzer van het schooljaar.
Omdat nieuw aan te nemen groepsleerkrachten of vervangers niet meer vanzelfsprekend de bevoegdheid hebben om gym te geven, kan het zijn dat een andere leerkracht moet worden vrij geroosterd om deze lessen te verzorgen. Helaas zal dit (bij bijv. vervanging tijdens verlof van een leerkracht) niet altijd lukken.

Overige vakken en activiteiten
Zonder ze verder uit te werken, komen er op onze school nog andere vakken aan de orde. Het zijn vakken als ‘maatschappelijke verhoudingen’, ‘gezond gedrag’ e.d. Hiervoor geldt dat ze, net als bij ‘burgerschapskunde’ in samenhang aan de orde komen binnen vakgebieden als catechese, geschiedenis, aardrijkskunde en natuuronderwijs.
In het licht van gezond gedrag gaan we ook dit jaar verder met ‘schoolgruiten’ (groenten + fruit= gruit). We hopen hierbij op de medewerking van de ouders. Het programma houdt in dat de leerlingen op woensdag, donderdag en vrijdag fruit of groente mee nemen als tussendoortje in de ochtendpauze. Op maandag en dinsdag is de keus vrij. Het programma ‘Deventer gaat voor gezond’, gericht op voldoende beweging en een gezond eetpatroon blijft ook op de schoolagenda staan.
Verkeer: diverse materialen en uitgaven van Veilig Verkeer
Nederland en in groep 7 de methode Klaar Over. Daarnaast doen we eens in de twee jaar mee aan Streetwise.
Behalve het meedoen aan activiteiten, die incidenteel worden aangeboden, zijn er veel dingen die inmiddels een vaste plaats in de groepen op onze school hebben verworven: Sinterklaas-, Kerst- en Paasviering, schoolreisje, (natuur)excursies, carnaval, schoolkamp (gr. 8), projecten, voorstellingen op school of in de schouwburg, voetbaltoernooi, sportdag, verkeersexamen (gr. 7) en de musical door groep 8.

Flexgroep
Bij ICB WereldWijzer werken wij met een Flexgroep. Hier kunnen kinderen aan deelnemen die meer- of hoogbegaafd zijn, maar ook kinderen die op een ander gebied uitdaging kunnen gebruiken. De flexgroep wisselt iedere 6 à 8 weken waarbij de leerlingen door de leerkracht, eventueel in overleg met de intern begeleider, worden aangedragen. Als een kind mee gaat doen in de flexgroep zal contact opgenomen worden met de ouders.
Per project vindt er met de desbetreffende leerling, Flexgroepbegeleider en groepsleerkracht een evaluatie plaats. Twee keer per jaar zullen ook besprekingen met ouders plaats vinden.

  • Wijzer met jezelf en de ander
  • Wijzer voor jezelf en de ander
  • Wijzer in, voor en met de wereld